MathIt Blog

Klokkijken op een analoge klok: stap voor stap uitgelegd voor ouders

Door Laura Bennett, MathIt · Gepubliceerd · 11 min lezen
Kinderhanden die een klok van een papieren bordje met twee gekleurde papieren wijzers vasthouden op een lichte keukentafel, naast een wekker van opzij en een potlood.

Hoe leer je klokkijken op een analoge klok?

Bij klokkijken op een analoge klok lees je eerst de kleine wijzer: die wijst het uur aan, of staat er net voorbij. Daarna lees je de grote wijzer voor de minuten: tel in sprongen van 5 vanaf de 12, dus de 1 is 5 minuten, de 2 is 10 en de 6 is 30. Kleine wijzer net voorbij de 3 en grote wijzer op de 4 is 3:20.

In het kort

  • Klokkijken op een analoge klok betekent twee wijzers lezen: de kleine wijzer toont het uur en de grote wijzer toont de minuten.
  • De grote wijzer lees je door in sprongen van 5 te tellen vanaf de 12, dus elk getal op de wijzerplaat staat voor 5 minuten meer.
  • In Nederland leren kinderen in groep 3 en 4 de hele en halve uren, in groep 5 en 6 alle tijden op de analoge klok en de digitale tijden, en in groep 7 en 8 rekenen ze met beide door elkaar.
  • De kleine wijzer schuift langzaam tussen twee getallen, dus om 2:50 staat hij vlak bij de 3 en is het uur nog steeds 2.
  • Kwart over is 15 minuten na het uur, kwart voor is 15 minuten voor het volgende uur, en half drie is 2:30, omdat je in het Nederlands het halve uur naar het volgende uur noemt.

Je kind van zeven leest 7:45 in een seconde van de oven af en staart daarna naar de klok aan de keukenmuur en gokt "negen-nog-wat". Klokkijken leren, oftewel een klok met wijzers lezen, draait om twee wijzers, twaalf getallen en tellen in sprongen van 5. Met vijf korte stappen en tien minuten per dag gaan de meeste kinderen van groep 3 tot groep 5 van hele uren naar tijden op de minuut.

Waarom een analoge klok lezen nog steeds belangrijk is

Een analoge klok lezen hoort nog steeds bij het lesprogramma, en het bouwt getalbegrip op dat een digitale klok overslaat. Een wijzerplaat laat tijd zien als een plek, dus een kind ziet dat 3:45 "bijna vier uur" is en dat een half uur een half rondje van de grote wijzer is.

In Nederland beschrijft kerndoel 33 van SLO de opbouw. In groep 3 en 4 gaat het om "het aflezen en aangeven van de hele en halve uren op een analoge klok en eventueel ook de kwartieren", in groep 5 en 6 om "uitbreiding van het klokkijken naar alle analoge tijden" en de "verkenning van digitale kloktijden", en in groep 7 en 8 rekenen kinderen met analoge en digitale tijden door elkaar.

Amerikaanse scholen doen er ook drie jaar over. Common Core-standaard 1.MD.B.3 vraagt kinderen in grade 1, ongeveer groep 3, om "de tijd in hele en halve uren te lezen en te schrijven op analoge en digitale klokken".

Standaard 2.MD.C.7 gaat verder naar "de dichtstbijzijnde vijf minuten, met a.m. en p.m.", en 3.MD.A.1 vraagt kinderen in grade 3 om "de tijd op de minuut te lezen en te schrijven en tijdsduren in minuten te meten". Het overzicht van wat een kind per groep moet kunnen in rekenen laat zien waar de klok staat naast getallen en optellen.

Engeland volgt een vergelijkbare volgorde. Het nationale curriculum van Engeland vraagt in Year 1 om "de tijd te lezen op het hele en het halve uur", in Year 2 om "de tijd op vijf minuten te lezen en te schrijven, ook kwart over en kwart voor", en in Year 3 om Romeinse cijfers en de 12-uurs- en de 24-uursklok te lezen.

De twee wijzers hebben elk een eigen taak

De twee wijzers op een klok doen twee verschillende dingen. De kleine wijzer is de uurwijzer en gaat in 12 uur één keer rond. De grote wijzer is de minutenwijzer en gaat in 60 minuten één keer rond.

Elke wijzer leest dezelfde twaalf getallen op zijn eigen manier. De uurwijzer leest ze als uren: 1, 2, 3 tot en met 12. De minutenwijzer leest ze als groepjes van 5 minuten: de 1 is 5, de 2 is 10 en de 6 is 30.

Een wijzerplaat met de uren 1 tot en met 12 binnenin en de minuten 0, 5, 10 tot en met 55 in een buitenste ring, op 2:50, met de korte koraalrode uurwijzer vlak bij de 3 en de lange blauwe minutenwijzer op de 10.
Een wijzerplaat met de uren 1 tot en met 12 binnenin en de minuten 0, 5, 10 tot en met 55 in een buitenste ring, op 2:50, met de korte koraalrode uurwijzer vlak bij de 3 en de lange blauwe minutenwijzer op de 10.

Zo leer je klokkijken, stap voor stap

Klokkijken leer je het best in vijf fases, waarbij elke fase op de vorige bouwt. Besteed een week of langer aan elke fase en ga pas verder als je kind de huidige fase zonder aarzelen leest.

  1. Begin met hele uren. Zet de grote wijzer op de 12 en verplaats alleen de kleine wijzer. Kleine wijzer op de 3 en grote wijzer op de 12 is "drie uur", geschreven 3:00.
  2. Voeg half toe. Zet de grote wijzer op de 6 en laat zien dat hij half rond is. Een half uur is 30 minuten, en in het Nederlands noem je het halve uur naar het volgende uur: 3:30 is "half vier". De kleine wijzer staat nu precies tussen de 3 en de 4.
  3. Voeg kwart over en kwart voor toe. Verdeel de klok in vier kwartieren van 15 minuten. De grote wijzer op de 3 is kwart over (3:15 is kwart over drie), en de grote wijzer op de 9 is kwart voor het volgende uur (3:45 is kwart voor vier).
  4. Tel de grote wijzer in sprongen van 5. Wijs elk getal aan en tel 5, 10, 15 tot en met 55. Een grote wijzer op de 8 is 8 × 5 = 40 minuten, dus een kleine wijzer voorbij de 6 en een grote wijzer op de 8 is 6:40, hardop "twintig voor zeven" of "tien over half zeven".
  5. Lees op de minuut. Tel in sprongen van 5 tot het laatste getal dat de grote wijzer voorbij is, en tel dan de kleine streepjes een voor een. Twee streepjes na de 4 is 20 + 2 = 22 minuten.

Stap 4 leunt op sprongsgewijs tellen. Een kind dat zonder te stoppen in sprongen van 5 tot 60 telt, leest de grote wijzer in een paar seconden, en de gids over sprongen tellen laat zien hoe je dat opbouwt met handen, munten en een honderdveld.

Gratis spelen in je browserVeelvouden-raceGroep 5–7

Waar het misgaat: de kleine wijzer tussen twee getallen

Waar het het vaakst misgaat, is de kleine wijzer die tussen twee getallen staat. De uurwijzer kruipt het hele uur vooruit en springt nooit op het hele uur. Om 2:50 staat hij bijna op de 3, en een kind dat "het dichtstbijzijnde getal" leest, zegt 3:50.

De regel is: lees het getal dat de kleine wijzer voorbij is, niet het getal waar hij het dichtst bij staat. Tussen de 2 en de 3 is het uur 2, tot de grote wijzer weer bij de 12 is. Vraag voor elke tijd: "Welk getal is de kleine wijzer het laatst voorbij?"

De uurwijzer gaat ook met een vaste snelheid: een half uur brengt hem halverwege twee getallen, en 15 minuten brengt hem een kwart van de weg.

Klokkijken: analoog, digitaal en de 24-uursklok

Hoe je een klok leest, hangt af van het soort klok voor je neus. De drie soorten laten dezelfde tijd op een andere manier zien.

KlokZo staat kwart voor acht 's avonds eropWat het kind leestVeelgemaakte valkuil
Analoog (12 uur)Kleine wijzer vlak bij de 8, grote wijzer op de 9Twee standen van wijzers, minuten geteld in sprongen van 5Het uur als 8 lezen
Digitaal (12 uur)7:45Cijfers, het uur voor de dubbele puntNiet weten of het ochtend of avond is
24 uur19:45Cijfers van 00:00 tot 23:59Vergeten 12 af te trekken
Gesproken Nederlands"Kwart voor acht"Minuten voor het volgende uurHet volgende uur als eerste noemen

Welke klok leer je eerst

De analoge klok leer je eerst, omdat de digitale klok het antwoord geeft zonder de betekenis. Een kind dat weet dat de grote wijzer op de 9 betekent "45 minuten, kwart voor", leest 7:45 op elke klok. In Nederland staat de 24-uursklok op dienstregelingen, ovens en telefoons, dus die komt vanzelf zodra de 12-uurstijden vastzitten, in groep 5 tot en met 8.

Klokkijken oefenen thuis

Klokkijken oefen je thuis het best in korte stukjes bij echte momenten van de dag. Tien minuten per dag werkt beter dan een uur op zaterdag, en een klok die het kind kan aanraken werkt beter dan een werkblad.

  • Noem de tijd bij vaste momenten: Vraag hoe laat het is bij het ontbijt, voor je naar school gaat en bij het naar bed gaan. Zeg de tijd op twee manieren: "7:30, half acht".
  • Gebruik tijdwoorden bij plannen: Zeg "we gaan om kwart over acht weg" en vraag je kind op de klok te letten en te zeggen wanneer het zover is.
  • Laat je kind de klok zetten: Noem een tijd en laat je kind de wijzers zetten. Een tijd zetten is moeilijker dan een tijd lezen, dus het laat echt begrip zien.
  • Tel tijdsduur: Vraag hoe lang het nog duurt tot het eten om 6:00 als de klok 5:35 aanwijst. Tel in sprongen van 5 van 35 naar 60: 25 minuten.
Vier klokken op 3:00, 3:15, 3:30 en 3:45, met de lange blauwe minutenwijzer op de 12, de 3, de 6 en de 9 en de korte koraalrode uurwijzer die van de 3 naar de 4 schuift, met de digitale tijd onder elke klok.
Vier klokken op 3:00, 3:15, 3:30 en 3:45, met de lange blauwe minutenwijzer op de 12, de 3, de 6 en de 9 en de korte koraalrode uurwijzer die van de 3 naar de 4 schuift, met de digitale tijd onder elke klok.

Maak een klok van een papieren bordje

Een klok van een papieren bordje maak je in tien minuten. Schrijf eerst de 12, 3, 6 en 9, zodat de getallen gelijk verdeeld zijn, en vul daarna de rest in. Knip een kleine en een grote wijzer uit karton in twee kleuren en zet ze in het midden vast met een splitpen.

Schrijf de minuten 0, 5, 10 tot en met 55 in een tweede kleur langs de buitenkant, zoals bij de grote klok hierboven. Kinderen gebruiken die buitenste ring de eerste weken, en je plakt hem af zodra ze uit hun hoofd in sprongen van 5 tellen. De vier klokken op 3:00, 3:15, 3:30 en 3:45 laten dezelfde kwartslagen zien, en de gids over breuken voor ouders legt uit waarom "kwart" en "half" hier hetzelfde betekenen als bij een pizza.

Zo controleer je de vooruitgang met klokkijken

Vijf korte vragen laten zien of je kind de klok leest of gokt. Zet elke tijd op de klok van het papieren bordje en vraag het antwoord hardop.

  • De hele-uurcheck: 9:00. Een kind dat zonder tellen "negen uur" zegt, beheerst fase 1.
  • De halfcheck: 4:30. Luister naar "half vijf", en let op of het kind ziet dat de kleine wijzer tussen de 4 en de 5 staat.
  • De kwartcheck: 10:45. Een goed "kwart voor elf" of "10:45" laat fase 3 zien.
  • De vijfminutencheck: 1:25. Het kind telt 5, 10, 15, 20, 25 op de grote wijzer, en zegt "vijf voor half twee".
  • De minuutcheck: 8:37. Tel in sprongen van 5 tot 35, en dan twee kleine streepjes: 37 minuten.

Een kloktest van twee minuten

Een kloktest van twee minuten gebruikt drie tijden: één op het hele uur, één op een vijfminutenstreep en één lastige. Probeer 6:00, 11:20 en 2:55. Bij de laatste staat de uurwijzer bijna op de 3, dus een goed "2:55", of "vijf voor drie", betekent dat het kind het uur leest aan het getal dat de wijzer voorbij is.

Herhaal de test elke week met nieuwe tijden en schrijf de datum en de uitslag op. Een kind dat twee weken achter elkaar alle drie goed leest, is klaar voor de volgende fase. Een kind dat vastloopt op de grote wijzer, heeft vaak het tellen in sprongen van 5 nodig, en het rekenspel voor groep 4 oefent het tellen en optellen tot 100 dat je bij tijdsduur gebruikt.

Gratis spelen in je browserGetallen van 2 cijfers optellenGroep 3–4

Veelgemaakte fouten bij klokkijken

Vier fouten veroorzaken de meeste foute kloktijden, en elke fout heeft een snelle oplossing.

  • De wijzers verwisselen: Het kind leest de grote wijzer als het uur. Gebruik twee kleuren op de oefenklok en zeg voor elke tijd "kleine wijzer, uur; grote wijzer, minuten".
  • 2:50 lezen als 3:50: De uurwijzer staat dicht bij de 3 maar is er nog niet voorbij. Vraag welk getal de kleine wijzer het laatst voorbij is.
  • Het getal lezen als minuten: Een grote wijzer op de 4 wordt "4 minuten". Tel hardop in sprongen van 5: de 4 betekent 20.
  • Half drie lezen als 3:30: In het Nederlands hoort het halve uur bij het volgende uur, dus half drie is 2:30. Hetzelfde geldt voor "tien voor half drie" (2:20) en "vijf over half drie" (2:35). Zeg erbij: "half op weg naar drie".

Randgeval: 12 uur 's middags, middernacht, ochtend en avond

Twaalf uur 's middags en middernacht zijn het randgeval dat volwassenen net zo goed in de war brengt als kinderen. De uren van middernacht tot 12 uur 's middags zijn de nacht en de ochtend, en de uren van 12 uur tot middernacht zijn de middag en de avond.

Engelstalige klokken schrijven daar a.m. en p.m. achter, en standaard 2.MD.C.7 voegt die toe aan tijden op vijf minuten: ontbijt om 7:15 is 7:15 a.m., en dezelfde klok na het eten leest 7:15 p.m. In het Nederlands zeg je "kwart over zeven 's ochtends" en schrijf je 19:15 voor de avond.

12:00 is de lastigste tijd, omdat 12 uur 's middags niet voor en niet na de middag ligt: NIST, het Amerikaanse instituut voor tijd schrijft dat "12 a.m. en 12 p.m. dubbelzinnig zijn en niet gebruikt moeten worden".

Leer je kind "12 uur 's middags" en "12 uur 's nachts" te zeggen, en 00:00 op een 24-uursklok te lezen als middernacht aan het begin van de dag.

Je checklist voor klokkijken en de volgende stappen

  • Twee wijzers: de kleine wijzer toont het uur, en de grote wijzer toont de minuten.
  • Tel in sprongen van 5: elk getal op de wijzerplaat telt 5 minuten op, van 0 bij de 12 tot 55 bij de 11.
  • Voorbij, niet dichtbij: lees het uur af aan het getal dat de kleine wijzer voorbij is.
  • Kwartieren: kwart over is 15 minuten, half is 30 minuten naar het volgende uur, en kwart voor is 45.
  • Ochtend en avond: 's ochtends loopt tot 12 uur, daarna komen de middag en de avond, en de 24-uursklok telt door tot 23:59.
  • Dagelijks oefenen: lees bij elke maaltijd een echte klok en zet de papieren klok één keer per dag.

Oefen het in de MathIt-app

Ongeveer 90 soorten rekenspellen met meegroeiende moeilijkheid, dagelijkse oefening en duels met 2 tot 5 spelers — gratis voor iOS en Android.

Download in de App StoreOntdek het op Google Play

MathIt is een gratis app voor iOS en Android met ongeveer 90 speltypen, een moeilijkheid die zich aanpast en een korte dagelijkse oefening die het tellen en optellen achter het klokkijken vlot houdt. Het rekenspel voor groep 3 en de gratis werkbladen om te printen oefenen dezelfde rekenvaardigheden, en gezinnen kunnen samen rekenspellen spelen in rekenduels in realtime voor 2 tot 5 spelers.

Veelgestelde vragen

Op welke leeftijd kan een kind klokkijken?

Klokkijken leert een kind in Nederland verspreid over groep 3 tot en met 6, ongeveer van 6 tot 10 jaar. Volgens SLO oefenen kinderen in groep 3 en 4 de hele en halve uren, eventueel ook de kwartieren, en breiden ze dat in groep 5 en 6 uit naar alle analoge tijden en de digitale klok. In de VS loopt hetzelfde van grade 1 tot grade 3.

Hoe leg je kwart over en kwart voor uit?

Kwart over en kwart voor gaan uit van een wijzerplaat in vier gelijke delen van 15 minuten. Kwart over drie is 15 minuten na drie uur, geschreven 3:15, met de grote wijzer op de 3. Kwart voor vier is 15 minuten voor vier uur, geschreven 3:45, met de grote wijzer op de 9 en de kleine wijzer vlak bij de 4.

Hoe lees je de grote wijzer?

De grote wijzer, de minutenwijzer, lees je door in sprongen van 5 te tellen vanaf de 12 tot het getal waar hij naar wijst. Een grote wijzer op de 4 betekent 4 × 5 = 20 minuten, en een grote wijzer op de 9 betekent 45 minuten. Staat hij tussen twee getallen, tel dan de kleine streepjes een voor een: twee streepjes na de 4 is 22 minuten.

Hoe weet je of het 's ochtends of 's middags is?

Een analoge klok toont elk uur twee keer per dag, dus je zegt erbij welk deel van de dag het is. Van middernacht tot 12 uur is het 's nachts en 's ochtends, van 12 uur tot middernacht 's middags en 's avonds. In het Engels heet dat a.m. en p.m. Ontbijt om half acht is 7:30, avondeten om zes uur is 18:00.

Hoe lees je een 24-uursklok?

Een 24-uursklok telt de uren van de dag van 00 tot 23, dus je hoeft niet te zeggen of het ochtend of avond is. De uren 00 tot 11 zijn de nacht en de ochtend. Voor de uren 13 tot 23 trek je 12 af om de tijd op de wijzerplaat te vinden: 14:30 is half drie 's middags en 19:00 is zeven uur 's avonds. 00:00 is middernacht, het begin van de dag.

Vergelijkbare onderwerpen

Alle artikelen →